Wij zijn onze website aan het vernieuwen.

Ontdekt u nog een pagina die niet klopt of hebt u een goede suggestie, laat het ons dan weten via webmedia@umcutrecht.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid.

heupdysplasie

Heupdysplasie is een afwijking van het heupgewricht. Bij deze afwijking is de heupkom te ondiep.

Symptomen van Heupdysplasie

Een normaal heupgewricht bestaat uit twee delen: een heupkop en een heupkom. Een goed ontwikkeld heupgewricht heeft een ronde, diepe kom, die de kop van de heup goed overdekt. Bij heupdysplasie is de heupkom ondiep. De heupkom kan zo ondiep zijn dat de heupkop zich kan verplaatsen in de ondiepe kom. Dat noemen we subluxatie. Het kan zelfs zijn dat de heupkop volledig uit de kom gaat. Dat heet heupluxatie.

Als heupdysplasie niet behandeld wordt, kan dit leiden tot vroegtijdige slijtage van de heup.

Het lichaam van uw kind

Hieronder ziet u een aantal afbeeldingen van het heupgewricht.

  • Geheel links ziet u een afbeelding van een normaal heupgewricht. De heupkom is voldoende diep en overdekt de heupkop goed.
  • Daarnaast een afbeelding van een heupgewricht met heupdysplasie. De heupkom is ondiep en overdekt de heupkop onvoldoende.
  • Rechts daarvan een geval van subluxatie: de heupkop kan zich verplaatsen in de ondiepe heupkom.
  • Op de onderste rij, het linker plaatje, ziet u een heup waarbij de heupkop geheel uit de kom is geraakt; dit wordt heupluxatie genoemd.

Verschijnselen

Wanneer een kind heupdysplasie heeft, is dat vaak te zien aan de volgende verschijnselen:

  • Bij het wisselen van de luier ziet u dat de benen ongelijk zijn gespreid. Dat komt doordat de niet goed ontwikkelde heup minder gemakkelijk beweegt. Aan de kant van de dysplasie zijn de spieren meer aangespannen.
  • Wanneer de baby ligt, ziet u ongelijke huidplooien. In het geval van een heupluxatie is het aangedane been korter dan het gezonde been. Maar als uw kind een luxatie in beide heupen heeft, ziet u mogelijk geen verschil.
  • Het consultatiebureau of de huisarts verwijst u door voor het maken van een heupecho wanneer zij signalen zien voor heupdysplasie. Het gaat dan om een verminderde bewegelijkheid, verschil in beenlengte of verschillende huidplooien.

Een milde heupdysplasie herstelt vaak spontaan in de eerste drie levensmaanden. Een heupecho maken we dan ook pas als een kind drie maanden is. Indien nodig beginnen we dan ook met de behandeling. Als er aanwijzingen zijn voor een heupluxatie kunnen we al eerder een echo maken en met de behandeling beginnen.

Heupdysplasie en het WKZ

De afdeling orthopedie in het WKZ heeft veel ervaring in het behandelen van heupdysplasie. Uw huisarts of consultatiebureau-arts kan kinderen met risicofactoren voor heupdysplasie verwijzen naar de radiologie-afdeling voor een echo. Als de echo afwijkingen laat zien, wordt uw kind automatisch doorgestuurd naar de kinderorthopeed. De huisarts kan ook rechtstreeks verwijzen naar de kinderorthopeed bij een heupdysplasie. De wachttijden voor heupdysplasie zijn kort. In overleg met de kinderorthopeden leggen de gipsverbandmeesters in het WKZ zelf de spreidmiddelen aan en geven u adviezen over de omgang daarmee. Tijdens de behandeling zult u regelmatig op de gipskamer komen voor controle. Bij de controle-afspraken wordt meestal eerst een echo of een foto gemaakt. Daarna wordt uw kind gezien door de orthopedisch chirurg en de gipsverbandmeester. De kinderorthopeed bespreekt met u de resultaten van het onderzoek en de gipsverbandmeester controleert het spreidmiddel. 

Oorzaak Heupdysplasie

Het is niet precies bekend wat de oorzaak van heupdysplasie is. Het is wel bekend dat de kans op heupdysplasie groter is in de volgende gevallen:

  • Als een kind in een stuitligging lag tijdens de zwangerschap.
  • Als er in de familie aangeboren heupafwijkingen voorkomen.
  • Als een kind tevens een aangeboren afwijking heeft aan bijvoorbeeld de voet en/of de rug.

Onderzoek en diagnose

De arts kan verschillende onderzoeken uitvoeren om heupdysplasie op te sporen:

  • Een stabiliteitsonderzoek in de eerste dagen na de geboorte. Daarbij kan de arts instabiliteit in de heup voelen en waarnemen. Dit onderzoek geeft geen 100% uitsluitsel.
  • Bij vermoeden van een afwijking, zoals een heupluxatie, wordt een echografie gemaakt.
  • Vanaf de leeftijd van negen maanden maken we een röntgenfoto. Na negen maanden is de heupkom niet goed meer te beoordelen op een echo, omdat het bot van de heupkop ervoor ligt.

Behandeling van Heupdysplasie

Uw arts heeft verschillende mogelijkheden om een heupdysplasie te behandelen: 

Pavlik-bandage

Een Pavlik-bandage is bedoeld om het kind te helpen een goede diepe heupkom te vormen. De bandage bestaat uit katoenen banden voorzien van enkel/voetmanchetjes. Deze bandage voorkomt het strekken van de benen in de heupen. Uw kind kan de knieën vrij bewegen. Door de zwaartekracht in rugligging en buikligging worden de benen gespreid. Gespreide en gebogen heupen zijn nodig voor de vorming van een gezonde heupkom. Uw kind moet de Pavlik-bandage 23 uur per dag dragen. De Pavlik-bandage wordt gedragen totdat de heup 'normaal' ontwikkelt is. Elke zes weken wordt er een echo van de heupen van uw kind gemaakt om te zien hoe de heupen zich ontwikkelen.

Heupspreiders

Op indicatie kunnen ook andere heupspreiders gebruikt worden, zoals de Campspreider of de Jan-Visserspreider. Deze spreiders worden met name gebruikt wanneer uw kind veel op de zij ligt of als het te actief en te sterk wordt voor de Pavlik-bandage. Dit is meestal bij wat oudere kinderen.

Tractiebehandeling

Als de heup uit de kom blijft, ondanks de Pavlik-behandeling, kan de arts kiezen voor een tractiebehandeling. Bij de tractiebehandeling worden de te korte pezen, spieren en banden van het heupgewricht langzaam opgerekt. Hiervoor zal uw kind een paar dagen met de benen omhoog liggen, gevolgd door het dagelijks uitbreiden van de spreiding van de benen. De behandeling is pijnloos, al zal uw kind er aan moeten wennen om voortdurend op de rug te moeten liggen. Deze behandeling duurt tien tot veertien dagen. Uw kind verblijft dan in het ziekenhuis. Aansluitend probeert de orthopedisch chirurg de heupkop tijdens een operatie terug te plaatsen in de heupkom.

Pavlik-bandage

Pavlik-bandage

Operatie en gipsbroek

Bij een operatie plaatst de orthopedisch chirurg de heupkop terug in de heupkom. Als de heup onder narcose terug in de kom is geplaatst, houdt een gipsbroek de heup voor drie maanden op zijn plaats. De gipsbroek zit vanaf de taille tot aan de enkels. In het kruis blijft een uitsparing voor een luier. Na het plaatsen van de gipsbroek komt uw kind terug op de verpleegafdeling. We maken regelmatig een echo om de stand van de heup te controleren. De arts bespreekt met u wanneer uw kind weer naar huis kan.

Vooruitzichten

Een heupdysplasie herstelt zich vaak spontaan in de eerste drie levensmaanden. In deze fase is behandeling dus meestal niet nodig. Wanneer een spreidbehandeling met bijvoorbeeld een Pavlik-bandage gestart wordt, gaat de behandeling door tot de heupontwikkeling binnen de normale waarden valt. Dit duurt minimaal drie maanden en wordt gevolgd via een echo. Bij ernstige heupdyslplasie of heupluxatie kan dit langer duren. Dit controleren we elke zes weken met een echo van de heup van uw kind. De orthopedisch chirurg bekijkt per controlebezoek de vooruitgang en past de behandeling op basis daarvan aan.

Zorgkosten

Het UMC Utrecht maakt ieder jaar afspraken met zorgverzekeraars over de tarieven van zorgkosten. Deze tarieven hebben invloed op de hoogte van uw zorgpremie. Wij vinden het belangrijk dat de tarieven voor u als patiënt zo inzichtelijk mogelijk zijn. Zo kunt u vooraf zien wat uw behandeling bij het ziekenhuis kost. Daarom kunt u hier alle tarieven voor behandelingen van de zes grote zorgverzekeraars bekijken. 

Hebt U vragen ?

Echo van de heup: radiologie

Wilt u een afspraak maken voor een echo van de heup, neem dan contact op met de afdeling radiologie op het volgende telefoonnummer:

088 75 546 09

Inhoudelijke vragen: gipskamer

Hebt u inhoudelijke vragen? Neem dan tijdens kantoortijden contact op met de gipskamer van het WKZ:

 088 75 548 87

Polikliniek

Verpleegafdeling

Onderzoek

Behandeling

Naar boven