Wij zijn onze website aan het vernieuwen.

Ontdekt u nog een pagina die niet klopt of hebt u een goede suggestie, laat het ons dan weten via webmedia@umcutrecht.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid.

aangeboren en verworven hand- en voetafwijkingen

Hand- en voetafwijkingen kunnen aanwezig zijn bij de geboorte, maar ook later ontstaan door een ongeluk of ziekte. Op deze pagina vertellen we meer over de meest voorkomende aangeboren en verworven hand- en voetafwijkingen bij kinderen.

Mijn patiënt doorverwijzen

Symptomen van Aangeboren en verworven hand- en voetafwijkingen

Hoe het ontstaat

Rond de derde week na de bevruchting begint de aanleg van de benen. Een week later begint de vorming van de armen. Ongeveer vier weken daarna zijn de armen en benen geheel gevormd. De meeste afwijkingen aan de handen en voeten ontstaan in deze periode.

Hand- en voetafwijkingen kunnen genetisch zijn. Dat betekent dat ze erfelijk zijn en er een mogelijkheid is dat dit in de familie voorkomt. Wij bieden ouders altijd een consult aan bij de polikliniek genetica. Zij zijn gespecialiseerd in aangeboren afwijkingen. Door bloedonderzoek kijken zij of de afwijkingen ook echt erfelijk zijn. Ook doen ze een inschatting over wat de kans is dat u nog een kind krijgt met deze afwijkingen.

Het kan ook zijn dat er om andere redenen wat mis gaat. Denk aan cellen die niet goed met elkaar communiceren, of gebrek aan genoeg bloed en voedingsstoffen tijdens de zwangerschap. Factoren van buitenaf kunnen ook een rol spelen. Bijvoorbeeld een ontsteking of bepaalde medicijnen die tijdens de zwangerschap gebruikt zijn.

Soms komen de afwijkingen voor door een syndroom. Voorbeelden van syndromen met hand- en voetafwijkingen, zijn:

Hand- en voetafwijkingen zijn niet op betrouwbare wijze op een prenatale echo te zien. Ze komen meestal als een verrassing bij de geboorte.

Operatie

Een operatie voor een aangeboren hand- of voetafwijking is zelden spoed. De operatie heeft het doel om de functie te verbeteren. Ook probeert de chirurg om de hand of voet er zo normaal mogelijk uit te laten zien. Soms geeft een operatie tijdelijke verbetering. Als uw kind groeit kan een tweede operatie nodig zijn, om de functie te behouden.

Meestal is een operatie in de eerste twaalf maanden niet nodig. De meeste operaties voeren we tussen de leeftijd van één en vier jaar uit.

Veel voorkomende hand- en voetafwijkingen

Trigger duim

Een hokkende duim wordt ook wel een trigger duim genoemd. De duim kan klikken bij bewegen. Soms kan uw kind de duim zelfs helemaal niet meer strekken. Dit komt omdat de pees te dik is en de tunnel waar de pees doorheen loopt, te nauw.

Het is onduidelijk of uw kind hiermee geboren wordt, of dat het later ontstaat. Vaak valt het ouders pas op nadat er iets gebeurd is. Bijvoorbeeld na een val, of als de vinger tussen de deur heeft gezeten.

Behandeling

Een trigger duim behandelen we met een operatie. De operatie gebeurt dat onder narcose. Via een klein sneetje maken we de tunnel waar de pees in vast loopt open. Uw kind kan dezelfde dag nog naar huis.

Trigger duim

Verkleefde vingers

Gedeeltelijk verkleefde teen

Verkleefde vingers of tenen

Soms wordt een kind geboren met vingers of tenen die aan elkaar verkleefd zijn. Dit noemen we ook wel 'syndactylie'. Als de verkleving van de vingers niet ernstig is, hoeven we hier niks aan te doen. Als er een uitgebreide verkleving is van de vingers, scheiden we de vingers met een operatie.

Verkleefde tenen behandelen we meestal niet, maar soms scheiden we de eerste en tweede teen van elkaar.

Behandeling

We voeren de operatie meestal pas uit als uw kind ouder dan één jaar is. Uw kind krijgt na de operatie één of twee weken gips. Fysiotherapie is hierna vaak niet nodig.

De operatie veroorzaakt altijd littekens die zichtbaar blijven. Bij de operatie is er in de meeste gevallen extra huid nodig. De chirurg haalt extra huid uit de bovenarm of de lies. Deze huid is niet precies hetzelfde als de huid van de hand. Dit verschil blijf je zien.

Een extra vinger of teen

Sommige kinderen worden geboren met een extra vinger of teen. Dit heet ook wel 'polydactylie'. Bevindt de extra vinger of teen zich aan de kant van de duim of grote teen? Dan noemen we dit pre-axiaal. Bevindt de extra vinger of teen zich aan de kant van de pink of kleine teen? Dan heet dit ook wel post-axiaal.

Behandeling

De extra vinger of teen kan een heel klein aanhangsel zijn of een (bijna) volledig uitgegroeide vinger of teen. Als de extra vinger of teen klein is, is het mogelijk om dit weg te halen. Dit kan tot de leeftijd van drie maanden onder lokale verdoving. En anders vanaf één jaar onder narcose. Als de extra vinger of teen (bijna) volledig uitgegroeid is, betekent weghalen een grotere operatie. We doen dit meestal pas als uw kind in ieder geval één jaar oud is. Uw kind krijgt na de operatie enkele weken gips. Handfysiotherapie is vaak niet nodig.

Een extra vinger als aanhangsel aan de kant van de pink

Een extra, (bijna) volledige pink

Aan beide handen is een pollicisatie uitgevoerd

Niet goed aangelegde, of missende vingers of tenen

Soms worden kinderen geboren met vingers of tenen die niet volgroeid zijn. Of ze verliezen een vinger of teen na een ongeluk. De behandeling wordt bepaald door de ernst en welke vinger of teen mist.

Behandeling

Behandeling voor tenen, wijsvinger, middelvinger, ringvinger of pink

Meestal heeft uw kind hier in het dagelijks leven niet veel last van. Een operatie maakt de functie van de hand of voet vaak niet beter.

Behandeling voor de duim

Het kan voorkomen dat de duim iets kleiner is, met minder goed ontwikkelde spieren. Soms worden deze spieren herstelt met een operatie.

Als de afwijkingen aan de duim erger zijn, bijvoorbeeld als de duim (bijna) afwezig is, kan uw kind hier later in het leven veel last van hebben. De duim is een heel belangrijke vinger voor de ontwikkeling van een goede handfunctie. We voeren dan een pollicisatie uit. Dit is een grote operatie waarbij we van een andere vinger (meestal de 'gezonde' wijsvinger), de duim maken. Uw kind krijgt vier tot zes weken gips na de operatie. Soms is daarna handtherapie nodig.

In de video hiernaast ziet u hoe een kind na de operatie weer kan spelen met haar nieuwe duimen.

Niet goed ontwikkelde arm of hand

Sommige kinderen worden geboren met een niet goed ontwikkelde hand of onderarm. Dit noemen we ook wel een 'transversaal reductiedefect'. Het is niet mogelijk om met een operatie een nieuwe arm of hand te maken. Maar de revalidatieartsen kunnen goed helpen met aanpassingen om dagelijkse bezigheden goed mogelijk te maken. Het WKZ werkt nauw samen met het revalidatiecentrum de Hoogstraat voor de behandeling van deze aandoening.

Behandelteam

De zorg voor afwijkingen van de handen en voeten vraagt om een team van specialisten. Wij zijn een NFU (Nederlandse Federatie van Universitaire Centra) geaccrediteerd centrum voor aanlegstoornissen van ledematen. Het behandelteam bestaat uit gipsmeesters, handfysiotherapeuten, revalidatieartsen en orthopedisch en plastisch chirurgen. Ieder teamlid is gespecialiseerd in de behandeling van kinderen. Het team werkt nauw samen met revalidatiecentrum de Hoogstraat. De specialisten uit de Hoogstraat helpen kinderen en ouders om beter om te gaan met de hand of voetafwijkingen. Ook helpen zij met het herstel na een operatie, bij het aanmeten van een prothese of bij het maken van aanpassingen in de omgeving.

Hebt U vragen ?

Contact

Hebt u vragen? Neem dan contact op met de polikliniek plastische chirurgie. Voor een afspraak hebt u een verwijzing nodig van de huisarts of specialist.

088 75 535 94

De afdeling is op maandag, woensdag en donderdag bereikbaar van

09.00 - 12.00 uur

Polikliniek

Verpleegafdeling

Naar boven