Wij zijn onze website aan het vernieuwen.

Ontdekt u nog een pagina die niet klopt of hebt u een goede suggestie, laat het ons dan weten via webmedia@umcutrecht.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid.

schisis - behandeling

Bij een kind met schisis is altijd een operatie noodzakelijk. De plastisch chirurg zal de schisis in lip, kaak en/of gehemelte sluiten.

Behandeling van schisis

Lipspleet

Bij deze vorm van schisis is alleen de lip van uw kind geheel of gedeeltelijk gespleten. Soms is de neus asymmetrisch. Behandeling van uw kind bestaat uit het operatief sluiten van de lip en zo nodig een correctie van de neus. De plastisch chirurg zal tijdens de operatie niet alleen de huid hechten, maar ook het lippenrood, het slijmvlies en de kringspier van de lip. Na deze operatie blijft er wel een litteken achter.

De plastisch chirurg zal de lipspleet sluiten als uw kind tussen de drie en zes maanden oud is. Bij een kind met een dubbelzijdige lipspleet worden beide lipspleten tijdens één operatie gesloten.

Gehemeltespleet

Als bij uw kind alleen het gehemelte geheel of gedeeltelijk gespleten is, heeft dit gevolgen voor onder meer de voeding en de spraakontwikkeling. De plastisch chirurg zal een spleet in het gehemelte sluiten als uw kind tussen de zes en twaalf maanden oud is. Het tijdstip van opereren wisselt echter per kind. Welke techniek de chirurg zal kiezen hangt af van de breedte van de spleet.

De behandeling hangt af van het type schisis dat uw kind heeft.

Lip- en kaakspleet

Behalve een lipspleet is er bij uw kind ook een gehele of gedeeltelijke onderbreking van de tandboog van de bovenkaak. Bij een incomplete kaakspleet zijn de kaakhelften via het intacte harde gehemelte toch stevig met elkaar verbonden. De behandeling van uw kind bestaat uit het operatief sluiten van de lip en zo nodig een correctie van de neus. De plastisch chirurg zal tijdens de operatie niet alleen de huid hechten, maar ook het lippenrood, het slijmvlies en de kringspier van de lip. Na deze operatie blijft er wel een litteken achter. De plastisch chirurg zal de lip operatief sluiten als uw kind tussen de drie en zes maanden oud is. Bij een kind met een dubbelzijdige lipspleet worden beide lipspleten tijdens één operatie gesloten.
Later, rond het tiende jaar, kan de spleet in de kaak worden gesloten. Het moment van de operatie hangt af van het doorbreken van de eerste hoektand bij uw kind. Tijdens de operatie wordt het ontbrekende bot in de kaakboog aangevuld met bot uit het eigen lichaam. Dit bot is afkomstig uit de kin of de bekkenkam.

De tandaanleg kan verstoord zijn door de schisis. Daarom is een regelmatige controle door de tandarts noodzakelijk. Veelvoorkomende problemen met de tandaanleg zijn:

  • het vertraagd doorbreken van melktanden rond de schisis
  • scheef staan van tanden
  • de tanden in de schisis zijn naar het gehemelte gericht
  • de tanden zijn niet aangelegd of ze zijn dubbel aangelegd

Lip-, kaak- en gehemeltespleet

Bij deze vorm van schisis zijn niet alleen de lip en de kaak maar ook het gehemelte gespleten. De spleten kunnen gedeeltelijk of volledig, enkelzijdig of dubbelzijdig zijn. Een dergelijke aangeboren afwijking kan gevolgen hebben voor de voeding en de spraakontwikkeling. Ook problemen met de oren komen voor. Soms heeft uw kind een gehemelteplaatje nodig, dat de hele bovenkaak en het harde gehemelte bedekt. Een gehemelteplaatje is een plastic plaatje dat wordt aangemeten door de orthodontist. De meeste kinderen krijgen echter geen plaatje.

Meerdere operaties zijn nodig om de verschillende spleten te sluiten en te herstellen. De plastisch chirurg zal tijdens de operatie niet alleen de huid hechten, maar ook het lippenrood, het slijmvlies en de kringspier van de lip. Na deze operatie blijft er wel een litteken achter. Later, rond het tiende jaar, kan de spleet in de kaak worden gesloten. Het moment van de operatie hangt af van het doorbreken van de eerste hoektand bij uw kind. Tijdens de operatie wordt het ontbrekende bot in de kaakboog aangevuld met bot uit het eigen lichaam. Dit bot is afkomstig uit de kin of de bekkenkam.

Resultaat

Het succespercentage bij deze operaties groot. Wel is het resultaat mede afhankelijk van de uitgangssituatie. Incomplete lipspleten, waarbij de neusbodem en de kaak intact is, leveren betere resultaten op dan volledige spleten omdat de beginsituatie gunstiger is.

Na de behandeling

Problemen met het gebit

Tijdens het schisisspreekuur controleert de tandarts de tanden en kiezen van uw kind. Zo houdt de tandarts in de gaten of er geen afwijkingen zijn. Zo nodig geeft de tandarts of orthodontist advies over de tandverzorging.

De tandarts let op:

  • het aantal tanden en kiezen
  • het tandbederf
  • de stand van de tanden

Bij een kind met alleen een lipspleet kan later blijken dat ook de kaak betrokken is bij de schisis. Dit komt pas aan het licht tijdens het wisselen van het gebit. In dat geval wordt uw kind verwezen naar de orthodontist.

Bij een kind met een combinatie van een lipspleet en een kaakspleet zijn er afwijkingen van de tandstand. Deze worden door de orthodontist behandeld. De tanden en kiezen staan vaak dicht op elkaar, soms vormen ze een onregelmatige rij. Daarom is het belangrijk om extra aandacht te besteden aan mondhygiëne door ouders en (later) door het kind zelf. Als uw kind voldoende gegroeid is, kan de orthodontist de tanden en kiezen in een regelmatige tandboog zetten. Als er te weinig tandmateriaal is wordt als uw kind uitgegroeid is (op ongeveer 19 jarige leeftijd) tandmateriaal toegevoegd. Meestal zijn dat implantaten of kronen en bruggen.

Mogelijke complicaties

Complicaties bij het dichten van een lipspleet

Mogelijke complicaties zijn infectie van de wond en opengaan van de wond. Dit komt gelukkig zelden voor.

Complicaties bij het herstellen van een kaakspleet

Na een bottransplantatie bij een kaakspleet kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding of infectie.
Verder bestaat er een kans dat het stukje bot bloot komt te liggen of dat er een gaatje in het gehemelte overblijft. Hierdoor kan er vloeistof in de neus komen als uw kind drinkt. Zo’n restgaatje wordt in een later stadium alsnog gesloten. Als er bot uit de kin is gebruikt, kan uw kind tijdelijk een ander gevoel in de onderlip hebben. Als er bot uit de heup is gebruikt, kan uw kind tot twee weken na de operatie pijn hebben bij het lopen.

Complicaties bij het sluiten van spleet in het zachte gehemelte

Er bestaat altijd een kleine kans op infectie. Hierdoor kan het litteken loslaten. Dit komt echter niet vaak voor. De kans op loslaten neemt toe bij zeer brede spleten. Door gebrek aan weefsel moet de arts de spleet soms onder spanning hechten.

Complicaties bij het sluiten van een spleet in het harde gehemelte

Er is een kans dat een stukje van de sluiting onvoldoende geneest en er weer een gaatje (fistel) ontstaat tussen mond- en neusholte. Zo’n gaatje kan tijdens een vervolgoperatie worden gesloten. Verder bestaat er een kleine kans op een nabloeding uit het mondslijmvlies. Er is bovendien een kleine kans op infectie.

Voorlichting en begeleiding van uw kind

Meisje.jpg

Uw kind voorbereiden

Ieder kind is anders en daarmee ook de voorbereiding. Uitgangspunt bij een goede voorbereiding is dat uw kind zich straks zoveel mogelijk op zijn gemak voelt bij ons.   

WKZ-kind-website.jpg

WKZ-kindersite

Wilt uw kind zien hoe het WKZ eruitziet, of meer weten over een onderzoek, behandeling of ziekte? Op de WKZ-kindersite staat deze informatie voor kinderen en jongeren. 

Zorg na een behandeling

In de folders vindt u informatie over zorg na een behandeling. 

Hebt u vragen?

Uw vragen kunt u stellen aan het schisisteam. Neemt u hiervoor contact op met het schisiscentrum

Centrum

Polikliniek

Verpleegafdeling 

Naar boven